Bue (geometri)

En bue er en del av en sirkel. En bue angis som en vinkel og dens radius. Lengden av bue angis som buelengde key lime squeezer.

Vinkelen måles i radianer eller grader, hvor grader kan bli delt opp i bueminutter og buesekunder thermos drink bottle with straw. En kan beskrive en sirkelbue ved å oppgi midtpunktet og radiusen til sirkelen den er del av, og hvor mange grader buen spenner over waterproof cycling pouch.

En bues lengde L, utspent av vinklen θ  i en sirkel med radius r  kan beregnes ved formlen:

Merk at 2π r er sirklens omkrets, og at θ/360° er et tall som representerer forholdet mellem vinklen θ og de 360° i en sirkel football kits online. (Hvis man bruker det naturlige vinkelmål erstattes 360° i nevneren med , og formlen blir rett og slett L = r θ.) Formlen kan forkortes med 2 til følgende formel:

Overstående kan omskrives slik at man med kjennskap til L  og r  kan beregne den vinkelen som buen utspenner:

Tilsvarende kan formlen omskrives slik at radiusen kan beregnes hvis vinklen og buens lengde er kjente:

Sojoez 10

Sojoez 10 (Russisch: Союз-10, “Unie 10”) was een Russische bemande ruimtevlucht aan het begin van de jaren 70. Doel van deze missie was een koppeling uitvoeren met het vier dagen eerder gelanceerde ruimtestation Saljoet 1, dat bijna een half jaar om de Aarde zou cirkelen. In die tijd ongebruikelijk lang voor een bemand ruimtevaartuig.

De driekoppige bemanning bestond uit twee ervaren rotten en een debutant. Voor testtechnicus Nikolaj Roekavisjnikov betekende deze missie zijn ruimtedoop. Deze “groene” kosmonaut kon in noodgevallen terugvallen op twee gelouterde veteranen, die hun sporen al ruimschoots verdiend hadden. Voor zowel vluchttechnicus Aleksej Jelisejev als commandant Vladimir Sjatalov betekende Sojoez 10 hun derde missie.

Sojoez 10 koos het luchtruim op 23 april 1971 met behulp van een Sojoez draagraket vanaf Bajkonoer. Deze capsule woog 6525 kg. Ze kwam in een baan van 246 x 208 km met een inclinatie van 51,59°. De benodigde tijd voor een omwenteling bedroeg 89 minuten.

Het vergde echter flink wat koerscorrecties om de banen van beide vaartuigen op elkaar af te stemmen. Saljoet 1 had vier correcties nodig, Sojoez 10 drie uitgebreide en een stel kleinere. Het observatieschip Akademik Sergej Koroljov gaf hiervoor de noodzakelijke instructies. Het duurde een dag voordat de twee schepen elkaar naderden. Nadat de automatische piloot de onderlinge afstand verkleinde tot 180 m, schakelde het over op een ander systeem dat echter weigerde.

De kosmonauten waren nu gedwongen om handmatig een poging te wagen en daar waren ze allerminst blij mee. Vergeleken met hun relatief kleine scheepje was de Saljoet een gigantisch bakbeest waarmee niemand, zowel op de grond als boven, enige koppelervaring mee had opgedaan. De bemanning zag het fel oplichtende station pas fatsoenlijk op 15 km afstand en dan alleen nog met behulp van kijkers. De praktijk wees uit dat twee bemande, goed manoeuvreerbare Sojoez-capsules aan elkaar koppelen heel wat simpeler uitpakte dan aanmeren bij een groot onbemand station, dat vergeleken met de Sojoez over de manoeuvreerbaarheid beschikte van een baksteen. De kosmonauten ervoeren dit als een zenuwslopend karwei, des te meer omdat ze als proefkonijn voor nieuwe apparatuur voor telemetrie, nadering en koppelen fungeerden.

Dit koppelsysteem was een compleet nieuw ontwerp. Beide vaartuigen koppelden automatisch zowel hydraulisch als elektrisch. Daarnaast zorgde het voor een effectievere hermetische afsluiting en stevigere bevestiging van de schepen. Vervolgens werd de druk gelijkgemaakt en de luiken van beide schepen geopend.

Het Saljoet koppelluik (aan de voorkant) leidde naar een korte cilinder van ± 2 m doorsnede, uitlopend in een volgend gedeelte met een diameter van 2,90 m, dat op zijn beurt weer uitkwam in een ander gedeelte met 4,15 m doorsnede. Hierachter zat het 2,20 m brede gedeelte dat de raketmotoren bevatte. De vorm van de brandstoftanks was niet alledaags: een halve bol en kegelvormig.

In totaal had een gekoppelde Saljoet/Sojoez-combinatie een massa van meer dan 25 ton en een lengte van ± 20 meter. Tenminste, als het systeem werkte. De Sovjet-Unie pionierde op dit nog onontgonnen terrein en al spoedig bleek het niet van een leien dakje te gaan.

Aangezien het automatische systeem er de brui aan gaf, namen de kosmonauten noodgedwongen hun toevlucht tot de manuele aanpak. Als het niet kon zoals het moest, dan maar aanmeren via een handmatige koppeling. En nu wreekte zich het feit dat eerdere ervaring ontbrak en liepen de Russen stevig met hun hoofd tegen de muur. Ze leerden letterlijk en figuurlijk een dure les, toen de kosmonauten tevergeefs poogden een handmatige koppeling uit te voeren. Weliswaar slaagden ze in een “soft dock”, waarbij de Sojoezs uitgeschoven koppeltaster in een opening van de Saljoets koppelkraag verdwijnt. Maar een “hard dock” waarbij de koppeltaster zich daarna intrekt en zo beide schepen naar elkaar toetrekt bleek onmogelijk. De kosmonauten kregen dus geen toegang tot het station, want er ontstond geen hermetische afsluiting tussen beide ruimtevaartuigen. Ze beschikten niet over instrumenten om de afstand en hoek tijdens een handmatige koppeling te meten; vooral de juiste hoek is dan van vitaal belang.

Bovendien scheen de koppelingskraag van hun eigen schip ook niet feilloos te functioneren. Gedurende 5½ uur hing hun Sojoez aan het station alvorens men de moed opgaf en de bemanning opdracht kreeg de schepen te scheiden. Tot ontsteltenis van iedereen bleef Sojoez 10 koppig aan het station hangen. Commandant Sjatalov probeerde verscheidene malen zijn vaartuig los te maken; als dit mislukte was de bemanning immers ten dode opgeschreven. Uiteindelijk gaf het vastgeklemde systeem mee en wist hij te ontkoppelen best water bottles for travel. Nu maakte Sojoez 10 een rondgang om het station en fotografeerde de Saljoet 1 van alle kanten. Deze opnames bewezen dat Saljoet 1 geen schade opliep tijdens lancering of koppeling. Tv-camera’s aan boord van de Saljoet legden intussen de nadering water backpacks for running, koppeling en het wegvliegen van de kosmonauten vast.

Nadat Sojoez 10 het station had verlaten voerde de bemanning geen verdere wetenschappelijke experimenten meer uit. Ze keerden bij de eerste de beste gelegenheid naar de Aarde terug football kits online. Die terugkeer hield nog een onplezierige verrassing in petto glass water bottle australia. Er kwamen giftige gassen in de capsule vrij. De gepokte en gemazelde veteranen Sjatalov en Jelisejev bleven bij bewustzijn, maar bij Roekavisjnikov ging het licht uit. Gelukkig hield het “broekje” er niets aan over. Hij maakte daarna nog verscheidene ruimtevluchten, dit in tegenstelling tot zijn kameraden.

De Sojoez 10 kwam neer op 25 april 1971 en maakte de eerste landing voor op de landingsplaats de dageraad aanbrak. Tot die tijd was het een goede gewoonte vooral tijdens daglicht te landen. De landingsplaats bevond zich 120 km noordwestelijk van Karaganda in Kazachstan. De capsule trok 32 baantjes om de Aarde en de vlucht duurde net geen twee dagen: 47 uur en 46 minuten.

1 · 2 · 3 · 4 · 5 · 6 · 7 · 8 · 9 · 10 · 11 · 12 · 13 · 14 · 15 · 16 · 17 · 18A · 18 · 19 · 20 · 21 · 22 · 23 · 24 · 25 · 26 · 27 · 28 · 29 · 30 · 31 · 32 · 33 · 34 · 35 · 36 · 37 · 38 · 39 · 40
T-1 · T-2 · T-3 · T-4 · T-5 · T-6 · T-7 · T-8 · T-9 · T-10-1 · T-10 · T-11 · T-12 · T-13 · T-14 · T-15

Tetracosactida

La Tetracosactida youth football uniforms packages, también conocida como cosintropina, es un derivado sintético de la hormona adrenocorticotrópica (corticotrofina, ACTH) que estimula la producción de cortisol en la corteza suprarrenal y se emplea en la evaluación y diagnóstico de la insuficiencia adrenocortical. ​ En este grupo de pacientes se verifica un nivel de cortisol al azar antes de una inyección de 250 μg de tetracosactida y luego 30-60 minutos más tarde. Los niveles de cortisol y la respuesta a la tetracosactida pueden interpretarse para identificar una respuesta suprarrenal insuficiente.​

La tetracosactida es un polipéptido de síntesis que, a diferencia de la corticotrofina humana, solo porta los aminoácidos del uno al veinticuatro best water backpack for running, en vez de los 39 aminoácidos que posee naturalmente meat tenderizer how to use. Esto permite que se pueda emplear sin esperar riesgos de una reacción de hipersensibilidad en el paciente best healthy water bottle.​

La tetracosactida es un preparado que también se utiliza en veterinaria.​

Existe en versión intramuscular normal y en preparado de depósito (depot) para el tratamiento de deficiencia de glucocorticoides en pacientes adultos.​

Argento vivo (film 1933)

Argento vivo (Bombshell) è un film del 1933 diretto da Victor Fleming.

È una commedia a sfondo drammatico e romantico statunitense con Jean Harlow subzero water bottle, Lee Tracy e Frank Morgan what are meat tenderizers. È basato sull’opera teatrale Bombshell di Caroline Francke e Mack Crane.

Il film, diretto da Victor Fleming su una sceneggiatura di John Lee Mahin, Jules Furthman e Norman Krasna (quest’ultimo non accreditato) e un soggetto di Caroline Francke e Mack Crane (autori dell’opera teatrale) insulated water jug, fu prodotto da per la Metro-Goldwyn-Mayer e girato a Los Angeles, nei Metro-Goldwyn-Mayer Studios a Culver City (California) e a Tucson (Arizona) insulated water bottle, dal 7 agosto a metà settembre 1933.

Il film fu distribuito con il titolo Bombshell negli Stati Uniti dal 13 ottobre 1933 al cinema dalla Metro-Goldwyn-Mayer. È stato poi redistribuito anche con il titolo Blonde Bombshell.

Altre distribuzioni:

Secondo il Morandini è “film più comico” di Fleming. Secondo Leonard Maltin il film è una “devastante satira sulla Hollywood anni trenta”.

Ad van den Berg (activist)

Adriaan Pieter (Ad) van den Berg (Rotterdam, 18 maart 1944) is een Nederlandse activist die pleit voor acceptatie van seks tussen volwassenen en kinderen. Hij was voorzitter van de vereniging MARTIJN en oprichter van de Partij voor Naastenliefde, Vrijheid en Diversiteit.

Van den Berg kwam op 31 mei 2006 in opspraak nadat hij voor de camera’s van de actualiteitenrubriek NOVA uitlegde waar zijn pas opgerichte partij voor stond, en dat hij zelf ook pedofiele gevoelens heeft. Volgens Van den Berg heerst er in Nederland een taboe op pedofilie en wordt dat “doodgezwegen”. Hij vindt dat kinderen “zelf kunnen aangeven of ze klaar zijn voor seks”.

Van den Berg is medeoprichter van de Partij voor Naastenliefde, Vrijheid en Diversiteit, in de volksmond ook wel de pedopartij genoemd. Deze benaming is tot stand gekomen omdat de partij streefde naar het legaliseren van seks vanaf 12 jaar.

Samen met Marthijn Uittenbogaard en Norbert de Jonge vormde Van den Berg het bestuur van deze partij en fungeerde hij zelf als penningmeester. Al snel kreeg de partij veel media-aandacht en kreeg Van den Berg landelijke bekendheid 1 liter reusable water bottle, die gepaard ging met doodsbedreigingen en oproepen tot het verbieden van zijn partij. In maart 2010 werd de partij ontbonden, waarna hij datzelfde jaar voorzitter werd van Vereniging MARTIJN. In december 2011 zette het bestuur van de vereniging hem af en werd zijn voormalige partijgenoot Marthijn Uittenbogaard zijn opvolger.

Er werden door tegenstanders bedreigingen geuit bij zijn voormalige vakantieadres in de gemeente Westvoorne.

In 1987 is Van den Berg veroordeeld voor ontucht met een elfjarige jongen. Hij kreeg daarvoor een geldboete van 1000 gulden en een maand voorwaardelijke gevangenisstraf. Het actualiteitenprogramma Netwerk hoorde van Van den Berg in oktober 2006 dat hij steeds “zuiver platonische” relaties aangaat met minderjarigen.

In maart 2011 werd bekend dat Ad van den Berg aangehouden is in verband met het bezit van kinderporno. Op 4 april maakte de vereniging bekend dat Van den Berg sinds 29 maart niet meer gegeten heeft en geen insuline meer heeft gespoten als protest op deze gang van zaken. In een reactie sprak Van den Berg eerder al over een huiszoeking. Hij noemde de gang van zaken discriminatie voor pedofielen en sprak van het verhinderen van onderzoek.

Op 4 oktober 2011 werd tijdens de rechtszaak tegen Van den Berg vier jaar celstraf geëist, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van vijf jaar. Hij zou 150 methods of tenderizing meat.000 foto’s en 7500 video’s met kinderporno in bezit gehad hebben, waarvan 12.000 foto’s waar hij zelf ook op stond. De officier van justitie noemde de foto’s “zeer schokkend”. De rechtbank veroordeelde hem op 18 oktober tot drie jaar gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk. In hoger beroep werd de dagvaarding gedeeltelijk nietig verklaard omdat de tenlastelegging onvoldoende feitelijk omschreven was. Ook achtte het gerechtshof het bezit van de kinderporno gedurende een kortere periode bewezen dan de rechtbank. De straf werd daarom omgezet in twee jaar cel.

Op 24 november 2011 maakte het OM bekend dat het de civiele rechter om verbod van de vereniging MARTIJN ging vragen. Op 27 juni 2012 heeft de rechtbank MARTIJN verboden en werd de vereniging ook direct ontbonden. Deze beschikking werd op 2 april 2013 in hoger beroep vernietigd, maar de Hoge Raad oordeelde op 18 april 2014 dat de vereniging toch ontbonden moest worden.

It’s a Wise Child

It’s a Wise Child is een Amerikaanse filmkomedie uit 1931 onder regie van Robert Z. Leonard function of meat tenderizer.

Door een misverstand gaat iedereen geloven dat Joyce Stanton zwanger is. De conservatieve familie van Joyce gaat meteen op zoek naar de vader running hydration gear. Joyce doet in feite alleen maar alsof ze in positie is. Op die manier neemt ze de zwangere dienstmeid in bescherming

Brazil Away OSCAR 11 Jerseys

Brazil Away OSCAR 11 Jerseys

BUY NOW

$266.58
$31.99

.

The Master Key (1914) · Heritage (1915) · Judge Not (1915) · Secret Love (1916) · The Crippled Hand (1916) · The Love Girl (1916) · Little Eve Edgarton (1916) · The Plow Girl (1916) · The Eagle’s Wings (1916) · On Record (1917) · A Mormon Maid (1917) · The Primrose Ring (1917) · At First Sight (1917) · Princess Virtue (1917) · Face Value (1917) · The Bride’s Awakening (1918) · Her Body in Bond (1918) · Modern Love (1918) · Danger, Go Slow (1918) · The Scarlet Shadow (1919) · The Delicious Little Devil (1919) · What Am I Bid? (1919) · The Big Little Person (1919) · The Way of a Woman (1919) · The Miracle of Love (1919) · April Folly (1920) · The Restless Sex (1920) · The Gilded Lily (1921) · Heedless Moths (1921) · Peacock Alley (1922) · Fascination (1922) · Broadway Rose (1922) · Jazzmania (1923) · The French Doll (1923) · Fashion Row (1923) · Mademoiselle Midnight (1924) · Circe custom youth football pants, the Enchantress (1924) · Love’s Wilderness (1924) · Cheaper to Marry (1925) · Time, the Comedian (1925) · Bright Lights (1925) · Dance Madness (1926) · Mademoiselle Modiste (1926) · The Waning Sex (1926) · A Little Journey (1927) · The Demi-Bride (1927) · Adam and Evil (1927) · Tea for Three (1927) · Baby Mine (1928) · The Cardboard Lover (1928) · A Lady of Chance (1928) · Marianne (1929) · The Divorcee (1930) · In Gay Madrid (1930) · Let Us Be Gay (1930) · The Bachelor Father (1931) · Five and Ten (1931) · It’s a Wise Child (1931) · Susan Lenox (1931) · Lovers Courageous (1932) · Strange Interlude (1932) · Peg o’ My Heart (1933) · Dancing Lady (1933) · Outcast Lady (1934) · After Office Hours (1935) · Naughty Marietta (1935) · Escapade (1935) · A Tale of Two Cities (1935) · The Great Ziegfeld (1936) · Piccadilly Jim (1936) · Maytime (1937) · The Firefly (1937) · The Girl of the Golden West (1938) · Broadway Serenade (1939) · New Moon (1940) · Pride and Prejudice (1940) · Third Finger, Left Hand (1940) · Ziegfeld Girl (1941) · When Ladies Meet (1941) · We Were Dancing (1942) · Stand by for Action (1942) · The Man from Down Under (1943) · Marriage Is a Private Affair (1944) · Week-End at the Waldorf (1945) · The Secret Heart (1946) · Cynthia (1947) · B.F.’s Daughter (1948) · The Bribe (1949) · In the Good Old Summertime (1949) · Nancy Goes to Rio (1950) · Duchess of Idaho (1950) · Grounds for Marriage (1951) · Too Young to Kiss (1951) · Everything I Have Is Yours (1952) · The Clown (1953) · The Great Diamond Robbery (1954) · Her Twelve Men (1954) · The King’s Thief (1955) · La donna più bella del mondo (1956) · Kelly and Me (1957)

Saint-Sorlin

Vous pouvez partager vos connaissances en l’améliorant (comment  steak tenderiser?). Le bandeau {{ébauche}} peut être enlevé et l’article évalué comme étant au stade « Bon début » quand il comporte assez de renseignements encyclopédiques concernant la commune.
Si vous avez un doute, l’atelier de lecture du projet Communes de France est à votre disposition pour vous aider. Consultez également la page d’aide à la rédaction d’un article de commune.

Géolocalisation sur la carte : Rhône

Géolocalisation sur la carte : Rhône

Géolocalisation sur la carte : France

Géolocalisation sur la carte : France

Saint-Sorlin est une ancienne commune française située dans le département du Rhône, en région Auvergne-Rhône-Alpes. Elle a disparu depuis sa fusion, au avec les communes de Saint-Didier-sous-Riverie et de Saint-Maurice-sur-Dargoire pour former la nouvelle commune de Chabanière.

Saint-Sorlin se situe au sud-ouest de Lyon, à environ cinq minutes de Mornant.

Le nom de Saint-Sorlin vient de la déformation de saint Saturnin, évêque de Toulouse qui fut martyrisé dans cette ville en l’an 250. L’église du village lui est dédiée.

Au cours de la Révolution française, la commune porte provisoirement le nom de La Bruyère.

Les armes de Saint-Sorlin se blasonnent ainsi :

De gueules au puits d’or maçonné de sable, au mantel d’argent chargé d’une navette de sable accostée de deux arbres arrachés de sinople fruités de gueules, au chef d’azur chargé d’une étoile d’or.

L’évolution du nombre d’habitants est connue à travers les recensements de la population effectués dans la commune depuis 1793. À partir du , les populations légales des communes sont publiées annuellement dans le cadre d’un recensement qui repose désormais sur une collecte d’information annuelle, concernant successivement tous les territoires communaux au cours d’une période de cinq ans. Pour les communes de moins de 10&nbsp football jersey usa;000 habitants, une enquête de recensement portant sur toute la population est réalisée tous les cinq ans, les populations légales des années intermédiaires étant quant à elles estimées par interpolation ou extrapolation. Pour la commune, le premier recensement exhaustif entrant dans le cadre du nouveau dispositif a été réalisé en 2008.

En 2014, la commune comptait 581 habitants, en diminution de -13,67 % par rapport à 2009 (Rhône : 5

Fútbol Club Barcelona Home XAVI 6 Jerseys

Fútbol Club Barcelona Home XAVI 6 Jerseys

BUY NOW

$266.58
$31.99

,17 % , France hors Mayotte : 2,49 %)

Contrairement à beaucoup de villages, Saint-Sorlin ne possède pas de monuments historiques significatifs ou de vestiges du passé.

Sur les autres projets Wikimedia :

Erwin Griswold

Erwin Nathaniel Griswold (/ˈɡrɪzwɔːld, -wəld/; July 14, 1904 – November 19, 1994) was an appellate attorney who argued many cases before the U.S. Supreme Court. Griswold served as Solicitor General of the United States (1967–1973) under Presidents Lyndon B. Johnson and Richard M. Nixon. He also served as Dean of Harvard Law School for 21 years. Several times he was considered for appointment to the U.S. Supreme Court. During a career that spanned more than six decades, he served as member of the U.S. Commission on Civil Rights and as President of the American Bar Foundation.

Griswold was born in East Cleveland, Ohio, to Hope (Erwin) and James Harlen Griswold. Griswold graduated from Oberlin College in 1925 with an A.B. in mathematics and an M.A. in political science. He attended Harvard Law School from 1925 to 1929, earning an LL.B. summa cum laude in 1928 and an S.J.D. degree in 1929. Used by law professionals in all but four of the United States, The Bluebook, a uniform system of legal citation, was first compiled in 1926 by Griswold, while a student at HLS.

In 1929, Griswold was admitted to the Ohio bar and spent six weeks working as a partner in his father’s Cleveland law firm of Griswold, Green, Palmer &amp purple stainless steel water bottle; Hadden. He subsequently joined the U.S. Office of the Solicitor General as a staff attorney and served as a special assistant to the attorney general from 1929-1934. There he worked under Solicitor General Charles Evans Hughes, Jr. bpa free water containers, son of the future Chief Justice of the United States, Charles Evans Hughes, Sr. He became an expert at arguing tax cases before the Supreme Court, and is considered one of the great scholars in tax law.

Griswold joined the Harvard faculty in 1934, first as an associate legal professor, and then as a full professor from 1935-1946. Known for a very keen intellect, Griswold was made dean of Harvard Law School from 1946 and served in that capacity until 1967. One of the dominant figures in American legal education, he doubled the size of the faculty, bringing in such legal luminaries as Derek Bok (who succeeded him as Dean, and later became President of Harvard University), Kingman Brewster (later President of Yale University), and Alan Dershowitz.

As Dean, Griswold enlarged the school’s curriculum to include such specialized topics as labor relations, family law, and copyright law. In addition, he expanded the school’s physical plant, library holdings, and financial resources. Finally, he oversaw the enrollment of the first female students in 1950. In 1979, as an honorary gesture for his impact on the Harvard community, Harvard dedicated Griswold Hall, housing the dean’s office, faculty offices, and a classroom.

In the 1950s, Griswold served as an expert witness for Thurgood Marshall, who was then the legal director of the NAACP, in several cases that the association brought to lay the foundation for the Supreme Court’s desegregation order in Brown v. Board of Education. Griswold was a member of the U.S. Civil Rights Commission from 1961-1967.

On the same day that Griswold retired as Dean and Langdell Professor of Law in 1967, President Johnson appointed him United States Solicitor General. Johnson was a Democrat, and Griswold a moderate Republican, but the bipartisan appointment was widely praised. As Solicitor General, Griswold advocated in support of Great Society legislation, and he continued on in the position under President Nixon until 1973. As Solicitor General, Griswold unsuccessfully argued against the publication of the Pentagon Papers by The New York Times, because such publication would cause a “grave and immediate danger to the security of the United States.” Years later, he reversed his position in an op-ed piece in The Washington Post, writing, “I have never seen any trace of a threat to the national security from the publication” of the Pentagon Papers.” He suggested that government demands for secrecy be treated with some skepticism by the public.

In 1973, Griswold resigned as Solicitor General and joined the international law firm of Jones Day Reavis & Pogue in Washington, D.C. He continued to argue many cases before the Supreme Court up until his death in 1994. He also served as a mentor to many of the young lawyers in the firm. From 1983-1994, he served the U.S. government as a liaison between U.S. and Soviet lawyers in the Lawyers Alliance Nuclear Arms Control. Griswold was also active in the Supreme Court Historical Society, serving as Chairman of the Board of Trustees at the time of his death in 1994.

Griswold also served as a trustee of his undergraduate alma mater, Oberlin College. In October 2014, the President of Oberlin, Marvin Krislov, in a detailed tribute to Griswold, announced the creation of the Erwin N. Griswold ’25 Chair in Politics and Law.

Griswold wrote several books including Spendthrift Trusts (1936), Cases on Federal Taxation (1940), Cases on Conflict Laws (1942) reusable glass water bottles, and arguably his most popular, The Fifth Amendment Today, Law and Lawyers in the United States (1992). Throughout his career he received numerous honorary degrees from many prestigious universities, including Columbia University, Northwestern University, Brown University, and the University of Sydney. Griswold served as president of the Association of American Law Schools from 1957 to 1958 and as President of the American Bar Foundation from 1971-1974. In 1978, the American Bar Association awarded Griswold the gold medal for his outstanding contributions and service to the legal community.

Griswold’s memoirs were published in 1992 under the title Ould Fields, New Corne: The Personal Memoirs of a Twentieth Century Lawyer.

Erwin Griswold died on November 19, 1994, in Boston, at the age of 90. He was survived by his wife of 62 years, Harriet Allena Ford, two children, as well as five grandchildren.

Shrek (film)

Voix originales :
Mike Myers
Eddie Murphy
Cameron Diaz

Pour plus de détails, voir Fiche technique et Distribution

Shrek est un film d’animation en images de synthèse américain réalisé par Andrew Adamson et Vicky Jenson et sorti en 2001. C’est une adaptation du conte de fées illustré de William Steig, Shrek !, paru en 1990.

Le film remporte un succès fulgurant dès sa diffusion le , lors de sa première aux États-Unis et aide DreamWorks SKG à s’établir en tant que grand rival de Pixar dans le domaine de l’animation cinématographique, particulièrement dans le domaine informatique. Le succès du premier film de la franchise Shrek a permis à DreamWorks Animation la production de trois nouvelles suites incluant Shrek 2, Shrek le troisième et Shrek 4. Il existe également 5 courts-métrages : Shrek 3D, Joyeux Noël Shrek !, Shrek, fais-moi peur !, Le Noël Shrektaculaire de l’Âne et Shrek’s Thriller Night.

Shrek (Mike Myers), un ogre vert qui a toujours aimé vivre une vie de solitude dans son marais, découvre que celui-ci est envahi par des créatures enchantées. Lui et l’Âne (Eddie Murphy) sont forcés de quitter le marais sous les ordres de Lord Farquaad (John Lithgow). Il se rend alors, avec son ami l’Âne, au château de Farquaad qui aurait prétendument expulsé ces êtres de son royaume. Ce dernier souhaite épouser la Princesse Fiona (Cameron Diaz) car il lui faut être marié à une princesse pour pouvoir être roi. Or, celle-ci est retenue prisonnière par une abominable dragonne dans une tour d’un vieux château isolé sur un volcan rempli de lave en fusion. Il propose donc un marché à Shrek : s’il se porte au secours de la princesse à sa place, il lui rendra son marais. Accompagné d’un âne bavard comme une pie, Shrek décide d’accomplir cette quête. Mais en cours de route naît une idylle entre Shrek et la princesse double wall water bottle, ce qui déplaira à Lord Farquaad …

La silhouette du personnage de Shrek est inspirée d’un personnage réel : il s’agit de Maurice Tillet (1903-1954), un lutteur professionnel français émigré aux États-Unis atteint, à l’âge de 20 ans, d’acromégalie[réf. nécessaire]. Une des scènes (Shrek contre tous les chevaliers) est inspirée d’un combat de catch[réf. nécessaire]. L’Âne, lui, a été modelé à partir de Périclès, un véritable âne miniature localisé au Barron Park, Palo Alto.

Le nom « Shrek » est une translittération en caractères latins du yiddish « שרעק », issu du mot allemand « Schreck » et qui signifie « peur, effroi, sursaut&nbsp waist hydration pack;». En outre, l’adjectif allemand « schrecklich » signifie “affreux”, ce qui renvoie au physique du personnage éponyme. Il pourrait être également un clin d’œil à Max Schreck, acteur allemand qui interpréta Nosferatu le vampire en 1922[réf. nécessaire].

Robin Williams, qui avait auparavant travaillé pour Jeffrey Katzenberg dans le film Aladdin, annonce dans un entretien qu’il avait refusé de participer au film ne voulant plus retravailler pour Katzenberg. Cependant, il n’a pas expliqué quel rôle il a refusé.

Chris Farley a enregistré près de 90 % des dialogues pour le personnage de Shrek, mais il est mort avant que le projet ne soit achevé. DreamWorks propose à Mike Myers de reprendre le rôle, mais celui-ci insiste pour que le script soit revu et réécrit, pour ne laisser aucune trace de la précédente version doublée par Farley. Après le doublage, Myers demande de doubler une autre version du film, cette fois avec l’accent écossais, similaire à celui qu’utilisait sa mère lorsqu’elle lui racontait des histoires. Myers a également pris l’accent écossais pour les personnages de Stuart MacKenzie dans le film Quand Harriet découpe Charlie !, ainsi que gras-double dans les films Austin Powers 2 : L’Espion qui m’a tirée et Austin Powers dans Goldmember.

Shrek a reçu des notes et critiques généralement positives. Le site Rotten Tomatoes rapporte un taux de critiques positives à 89 % basé sur 176 critiques, et une note moyenne de 7,7 sur 10 steel water bottle online.

Le film remporte 11 573 015 $ lors de sa première diffusion et 42 347 760 $ de sa première semaine de diffusion, atteignant ainsi le box office avec en moyenne 11 805 $ dans 3 587 salles de cinéma. Durant la deuxième semaine, le film remporte 0,3 % de 42 481 425 et 55 215 620 $ durant les quatre premiers jours. Malgré ces résultats, le film est classé second derrière Pearl Harbor avec une moyenne de 15 240 $ dans 3 623 salles. Le film arrête sa diffusion le aux États-Unis après avoir remporté 267 665 011 $ et 216 744 207 hors frontières américaines, remportant donc un franc succès avec un total de 484 409 218 $. Produit avec un budget de 60 millions de dollars, le film est classé quatrième film de 2001 à plus gros revenu derrière Harry Potter à l’école des sorciers, Le Seigneur des anneaux : La Communauté de l’anneau et Monstres et Cie.

Le jeu de cartes à collectionner DreamWorks comporte plusieurs personnages du film.

Le film a connu plusieurs adaptations en jeu vidéo&nbsp soccer t shirts funny;:

Avec la sortie au cinéma des suites du film, de nouveaux jeux ont été développés, basés spécifiquement sur ces films ou plus généralement sur la licence.

Sur les autres projets Wikimedia :

Hélène Maurel-Indart

Vous pouvez aider en ajoutant des références.

Si vous disposez d’ouvrages ou d’articles de référence ou si vous connaissez des sites web de qualité traitant du thème abordé ici, merci de compléter l’article en donnant les références utiles à sa vérifiabilité et en les liant à la section « Notes et références » (, comment ajouter mes sources ?).

Œuvres principales

Du plagiat, Folio Essais, Gallimard.

Hélène Maurel-Indart est essayiste, critique littéraire et professeur de littérature française.

Agrégée des lettres en 1987, elle soutient sa thèse en 1996 sous la direction de Jacques Lecarme, puis son Habilitation à diriger des recherches en 2005 avec Antoine Compagnon à l’Université Paris IV Sorbonne.

Elle enseigne la littérature française à l’Université de Tours dont elle a dirigé les Presses Universitaires François-Rabelais de 2006 à 2009. Elle fait aussi partie du comité éditorial des Presses Universitaires de Rennes.

L’objectif de sa recherche est d’analyser, à partir des procédés d’imitation de modèles de référence, le processus de la création littéraire. Faute de pouvoir définir ce qu’est l’originalité en littérature, elle choisit comme méthodologie de prendre la question à rebours, par son extrême inverse, le plagiat best way to tenderize a steak. De l’emprunt servile best running hydration belts, voire puni par la loi au titre de la contrefaçon, jusqu’à l’imitation créatrice, comme moyen d’assimiler puis de dépasser des modèles, on établit une classification de l’emprunt sous toutes ses formes, en recherchant des critères fiables.

Cette recherche s’oriente donc vers plusieurs axes :

Elle a créé en 2000 un site Internet consacré à sa recherche leplagiat.net. L’objectif est de donner des conseils et des repères en matière de plagiat littéraire et de recueillir des informations de la part d’auteurs concernés par des affaires de plagiat ou de la part de lecteurs.

Hélène Maurel-Indart préside l’Académie des Sciences, Arts et Belles-Lettres de Touraine.